Diergeneesmiddelen (antibiotica)

in

Diergeneesmiddelen worden gebruikt om de gezondheid van het dier positief te beïnvloeden. De meeste diergeneesmiddelen zijn anti-microbiële stoffen (antibiotica) die in staat zijn micro-organismen te doden of in hun groei te remmen. Antibiotica en andere anti-microbiële stoffen worden ook in lage gehalten via het veevoer aan gezonde dieren toegevoegd met als doel een goede groei en optimale voedselbenutting te bewerkstelligen en ziekten te voorkomen. Het gebruik van diergeneesmiddel is geregeld in de Diergeneesmiddelenwet. Evenals bij bestrijdingsmiddelen is er een positieve lijst van diergeneesmiddelen die mogen worden toegediend. Voor elk diergeneesmiddel geldt een wachttermijn alvorens de dieren geslacht mogen worden nadat zij het geneesmiddel toegediend hebben gekregen. Voor elk diergeneesmiddel geldt tevens een Maximum Residue Level (MRL) waarbij de maximaal toegelaten concentratie in vlees, lever, nier, vet, melk en eieren is geregeld. Niet elk land heeft dezelfde richtlijnen voor toelating en MRL van diergeneesmiddelen. Zo is het gebruik van bijvoorbeeld chloramphenicol en van nitrofuranen verboden in de EC landen en in de VS. In Oost-Europese landen en in bepaalde Aziatische landen is het gebruik van genoemde geneesmiddelen wel toegestaan vanwege hun efficiënte werking en hun lage kostprijs. Als gevolg van de wereldwijde import kan het voorkomen dat verboden anti-microbiële middelen in het voedsel van dierlijke oorsprong aanwezig kunnen zijn. Een regelmatige en efficiënte screening van dierlijke producten op de aanwezigheid van (verboden) anti-microbiële middelen dient daarom altijd plaats te vinden.

Inschrijven voor de nieuwsbrief