Bestrijdingsmiddelen (fungiciden, herbiciden, insecticiden)

in

In bepaalde stadia van de agrarische keten worden bestrijdingsmiddelen (herbiciden, pesticiden, fungiciden, insecticiden) gebruikt om de groei van de gewassen te optimaliseren. Toelating en gebruik van bestrijdingsmiddelen is geregeld in de Bestrijdingsmiddelenwet. Het gebruik van een bestrijdingsmiddel wordt toegestaan als is aangetoond dat het middel de bedoelde werking heeft en dat het bij de juiste toepassing geen onacceptabele schadelijke neveneffecten heeft op de volksgezondheid, de kwaliteit van voedingsmiddelen en het milieu. Bestrijdingsmiddelen kunnen op directe en op indirecte wijze in het voedingsmiddel terechtkomen. Met ‘direct’ wordt bedoeld dat het bestrijdingsmiddel is gebruikt tijdens de productie of verwerking, opslag en distributie van het voedingsmiddel. ‘Indirect’ houdt in dat het bestrijdingsmiddel in het voedingsmiddel terecht is gekomen door gebruik van het middel op het veevoer of de grondstoffen voor het veevoer waardoor residuen in dierlijke producten terecht kunnen komen. Beheersing van de gevaren richt zich op het correct toepassen van bestrijdingsmiddelen en het in acht nemen van de juiste wachttijden (Good Agricultural Practice). Indien bestrijdingsmiddelen worden toegepast ter bestrijding van ongedierte en micro-organismen binnen een bedrijf waar voedingsmiddelen worden verwerkt of bereid, dan moeten deze bestrijdingsmiddelen in een aparte ruimte worden opgeslagen, gescheiden van grondstoffen en voedingsmiddelen en zeer duidelijk worden geëtiketteerd. De hoeveelheid residuen van een groot aantal bestrijdingsmiddelen in voedingsmiddelen kan aanzienlijk worden verlaagd tijdens diverse verwerkings- en bereidingsprocessen, zoals schillen, wassen, blancheren en koken.

Inschrijven voor de nieuwsbrief